Laatste nieuws: vacature leerkrachten!

Column door Corina Borst

Moeder van Bas en Jelle (inmiddels allebei op de middelbare school)

februari 2014

Het nieuwe leren 2.0
 Jelle zit inmiddels fluitend in 4 HAVO en heeft zijn eerste website gemaakt. Een opdracht voor Informatica. Een website voor kinderen om spelenderwijs te leren rekenen. Zijn leerkracht heeft ook een website gemaakt en als je die kan hacken krijg je een dikke voldoende. Jelle is de beta-kant opgegaan en wil graag Bouwkunde studeren. Zijn eerste proefles heeft hij al achter de rug en hij vindt het fantastisch. Zijn stem zoekt naar nieuwe toonhoogtes en slaat soms over. Dat mooie lieve kinderstemmetje is voor altijd voorbij. Zucht. Maar Jelle zelf vindt het geweldig! Stoer! En over stoer gesproken: zowel Jelle als Bas hebben mijn lengte ingehaald. Vanaf nu kijk ik tegen hen op.
Jelle zit nog steeds op de scouting en mag het helemaal zelf uitzoeken in dat kot van hen. Er is geen leiding meer. Het is nu een soort jongerencentrum. Vorige week heeft hij nog samen met zijn vriend een taart besteld voor hun andere scoutingvriend, die 15 was geworden. Op de taart 2 opblaaspoppen van marsepein en de tekst:
‘15, JAMMER, NOG GEEN OPBLAASPOP VOOR JOUW’
Dat soort humor dus.
Niet alleen bij de scouting is het een jongerencentrum, ook thuis gaat het er steeds meer op lijken. Met sommige vrienden van Jelle zit ik wel eens op het balkon een sigaretje te doen en een biertje te drinken. Jelle zelf taalt er niet naar. Met z’n allen spelen we poker aan de keukentafel en maken foute geintjes. Of we kijken naar Jackass, Number 2. Zijn vrienden vinden het dan op z’n minst opmerkelijk dat ik zelf heel hard meelach.
En Bas… ach ja, Bas. Bas doet het IVKO, die leuke kunstschool, die er zo fris en vrolijk uitziet en heel veel meisjes herbergt. Hij zit in 2 HAVO, maar de vraag is voor hoe lang. Hij kan zich moeilijk concentreren en samen met zijn vriend haalt hij kattenkwaad uit in de klas. Lees:  van alles doen, behalve leren. Hij heeft inmiddels code rood en dat betekent dat hij ‘ grensoverschrijdend gedrag vertoont en vertrek van het IVKO noodzakelijk is’.  En terwijl Ralph en ik ons wanhopig afvroegen, nadat wij net een indringend gesprek hadden gehad bij het IVKO, samen met Bas, hoe het in godsnaam verder moest, maakte Bas zich helemaal niet druk. Hij gaat immers vanaf nu zijn best doen?
‘Ja maar Bas, straks moet je van school!’
‘Oh, het lukt me echt nog wel’.
‘BAS!!’ (grrr)
Na enig navraag blijkt hij gelijk te hebben: het dreigement wordt niet uitgevoerd, maar gebruikt om de leerlingen in het gelid te krijgen. Dreigen werkt. Het nieuwe leren 2.0.

juli 2012

Kinkerhoekers
Een rommelige, kleine school die Kinkerhoek. Ik weet nog goed dat ik dat dacht toen ik in 2000 voor het eerst naar binnenstapte. Jelle was 3 jaar oud en wilde je een onbezorgde jeugd voor je kind dan  moest je er snel bijzijn, bij de school van je keuze. Ik was bij de Annie M.G. Schmidtschool en het Winterkoninkje wezen kijken. Beide prachtige grote oude scholen met omringde veilige schoolpleinen. Alleen bij de Annie bleek het een rotzooitje op het gebied van management. Veel zieke leerkrachten, geen visie en een stuurloos schip. Het Winterkoninkje was daarentegen iets te goed georganiseerd, ik kreeg het een beetje benauwd van de strakheid. Bovendien was er geen klassikale les, wat voor Jelle volgens mij echt een must was.
De Kinkerhoek had een bijeenkomst met hijgende witte ouders die op zoek waren naar de beste school in de wijk. Openbaar was prettig, diverse culturen zeer welkom en als er dan ook nog goeie taal- en rekenlessen waren dan was het gros allang blij. Dat betekende dus een wachtlijst.
Maar Jelle werd geplaatst en mocht bij Joke beginnen, die daarna de gezellige buurvrouw op de Overtoom werd. Weet je nog, Joke, toen Bas en Jelle nog klein waren en na een bezoek aan de AH altijd even bukten om te kijken of je in je woonkeuken zat?
En terwijl Jelle inmiddels al bij Sanny en Jolanda zat, begon ook Bas bij de buuf, die inmiddels werd geholpen door Els (Limburgse warmte). Jelle hopte verder via Claudia naar Jan E. (op het sociale), naar Hans B. (wat een natuurlijke jaloersmakende rust toch in die klas), naar Rutger (grappenmaker) en Bas via Marjan(ik klap sindsdien wel eens met mijn eigen studenten) , Jan E., Jan van B. (vroemmm) naar Ton (onvoorstelbaar positief). En natuurlijk de ondersteuners op allerlei gebied: Sabah (in de klas), Annejet (it), Brigit (elke donderdag), wijlen onze lieve Frank (die nog even werd benoemd door Els. Er schoot een brok in mijn keel), Maarten (mam, gym is het leukste vak) en Angeliek (onee, Bevo is het leukste), Fred (of het is het nou Hans?) en Hans (of heet ie nou Fred?) en Tineke (sindsdien hoor ik Bas Engelse liedjes zingen door het huis). Heb ik ze nou allemaal? En daarnaast kregen mijn mannen dan nog de nodige ondersteuning van de NSO (blijvend op hun post: Sandra en Isabella).
Deze mensen, en de onbenoemden  en natuurlijk-niet-te-vergeten-de-kinderen-met-wellicht-ook-hun-ouders,  hebben er voor gezorgd dat mijn jongens een onbezorgde en, mag ik wel zeggen, gelukkige tijd hebben meegemaakt op de Kinkerhoek. Ja, ik weet het, het is natuurlijk Kinkerbuurtschool. Maar net als dat ik toch zeker 10 jaar moest wennen aan de euro, zo moet ik ook nog wennen aan de nieuwe naam. Bovendien bekt die ouwe naam veel lekkerder en kan je ook zeggen ‘ik ben een echte Kinkerhoeker. In hart en nieren.’
Dat kan je van een Kinkerbuurtscholer niet zeggen. Dat is typisch zo’n bredeschoolkind. Nee, een Kinkerhoeker. Dat is een Amsterdammer, met of zonder Amsterdams accent. Zo’n vierkante. Maar het gaat mij even om deze mensen. En ja, daar hoort Marjory van ABC ook bij. Want zoals de lezer al menigmaal heeft kunnen vernemen: mijn beide kinderen zijn dyslectisch. En voor een moeder die heel veel van lezen houdt was dat toch even slikken. Maar dankzij alle bovengenoemden en ongenoemden (ik noem daar bijvoorbeeld een Reineke) is het toch gelukt om zowel Bas als Jelle genoeg bagage mee te geven voor hun volgende leven op de middelbare school.
Onlangs heb ik 2 lessen gegeven op school. 2 x 45 Minuten. Ik ging met ze naar de gymzaal (een les van de vorige keer, met de klas van Jelle: vooral de kinderen iets laten doen) en liet ze allerlei oefeningen doen op het gebied van presenteren. De meeste lieverdjes hadden een concentratieboog van een gemiddelde lancering van een raket. En natuurlijk niet allemaal tegelijk. Zat Y eindelijk stil, begon X een heel gesprek met de buurvrouw.  Ik was bekaf daarna.
Ik begrijp maar niet waarom leerkrachten dit in hun eentje dag in dag uit kunnen. En dan de kinderen ook nog wat leren en nog iets persoonlijks kunnen melden per kind  (‘Ik mocht maar 2 complimenten geven per kind,’ zei Els. ‘Maar over Bas wist ik er wel 10!’ - Kijk, dat doet het moederhart goed! -).
Daarom, bij deze, en zeer gemeend: PETJE AF EN DANK JE WEL!

april 2012

Apple Store
Terwijl de eerste zonnestralen ons wakker maken uit ons winteridee, opent Apple zijn grootstewinkelvandewereld op het Leidseplein.
‘Mam, zullen we naar het Leidseplein, ijsje eten, vandaag?’ vraagt Bas.
‘Goed idee.’
‘En dan gaan we ook even langs die nieuwe Apple store,’ zegt Jelle.
‘Ja, mam, laten we een Ipad kopen!’
‘Ipad? En hoezo we?’
‘Nou gewoon, wij, met z’n drieën.’
‘Wat kost dat?’
‘Hij is in de reclame, de Ipad 2, kost nog maar 400,--‘
‘Hahaha, gekke Bas.’
‘Kom, we gaan,’ zegt Jelle kordaat.
En daar stappen we door het Vondelpark, de jongens ieder aan een van mijn armen. Het lijkt wel alsof ik word voortgestuwd. Bij het schaken staan we dit keer niet stil. Voordat ik het weet sta ik binnen in de Apple store. Het is zo laagdrempelig dat ik zonder enig bewustzijn de winkel betreed. Het is druk, maar niet bomvol. De grote ruimte is gevuld met lange tafels vol met Ipads en laptops. Overal lopen studentikoosachtigen rond in een blauw appleshirt. Ik loop recht in de armen van de donkere schone Amal, een studente communicatie aan de hva. Ik laat me lekker lang voorlichten. Langzaam maar zeker begin ik te begrijpen dat het wel een leuk speeltje is. Zo’n Ipadje. We dwarrelen wat rond en dan gebeurt er iets met me. Mijn ogen gaan een beetje mistig staan. Een beetje van de wereld. Ze gaan een beetje staren.
‘Ik moet nu naar buiten,’ zeg ik.
‘Maar mam! Ga je niet….’
‘Nee Bas,’ het is Jelle. Hij heeft mijn apathie juist geïnterpreteerd. Je moet een broedende kip niet storen.
‘We moeten nu naar buiten.’
‘Ja,’ zeg ik, ‘laten we een ijsje kopen.’
‘Ja, Bas, we gaan nu een ijsje kopen,’ zegt Jelle.
En na een korte stilte, terwijl ik weer tussen die mannen loop:
‘Geef mij nou eens 10 redenen waarom ik zo’n Ipad moet kopen.’
Dat klinkt hoopgevend. En terwijl Mcdonald’s onze ijsjes klaarmaakt sommen mijn kinderen allerlei onzinredenen op om het ding aan te schaffen.
‘Toe nou, mam, koop hem nou toch!’ jengelt Bas.
‘Nee, Bas, redenen,’ zegt Jelle en hij kijkt zijn broer bezwerend aan. Hij is bang dat Bas teveel aandringt. Hij weet dat zijn moeder afhaakt bij teveel druk.
Ik kijk weer wat zweverig naar het ijsje en mompel wat in mezelf.
‘Kom, we moeten even de zon in, langs de gracht lopen,’ zeg ik.
‘Bas, we moeten even de zon in, langs de gracht lopen,’ zegt Jelle.
En dan besluit ik het dingetje te kopen. Waarom weet ik niet precies, het is handig voor mijn werk, ik kan lekker uitzendinggemist kijken als ik in bed lig en het is mooi weer vandaag.
Maar niet voordat ik mijn kinderen nog eens extra aan het werk ga zetten.
‘Als jullie 20 góeie redenen verzinnen waarom ik de Ipad niet moet kopen, dan koop ik hem.’
Na een kort gejuich kwam onmiddellijk de klap. 20 Redenen! De eerste vijf konden ze wel opsommen: te duur, het is geen computer, hij is onhandig, je kan er alleen maar spelletjes mee doen, hij is kwetsbaar. En terwijl ik heerlijk in het zonnetje ga zitten met mijn ijsje zijn Bas en Jelle als bezetenen redenen aan het bedenken. Goéie redenen. Om kwart voor zes is het zover: de laatste reden kwam van Jelle:
‘Ze zijn er alleen maar in het zwart en wit, heel saai.’
‘Ja, dat is wel een heel goeie reden,’ knik ik bevestigend. Ik kijk in zijn ogen en zie naast overwinning toch nog een restje angst.
‘Maar laten we dan nu snel terug, anders is Amal al klaar met haar werk,’ zeg ik. En met z’n drieën rennen we over de gracht, de Leidsestraat en het Leidseplein om nog net op tijd door Amal geholpen te kunnen worden.

november 2011

Het koffiezetappaat
Ondanks verwoede pogingen van mijn eigen moeder mij te bewegen een koffiezetapparaat aan te schaffen (Ik kan hier rustig melden dat dat zeker 20 jaar heeft geduurd. Dit varieerde van opmerkingen als ‘zeg, wordt het niet eens tijd voor een koffiezetapparaat?’ en ‘goh, hier is nog een mooie plek over op het aanrecht’ of ‘kind, neem toch lekker een koffiezetapparaat, dat is veel gemakkelijker’ tot ‘ik heb nog een koffiezetapparaat over, is dat iets voor jou?’, waarop mijn respectievelijke antwoorden ‘nee’, ‘ja, mooi hè!’, ‘nee’ en ‘nee’ waren dan wel woorden van gelijke strekking), zet ik sinds jaar en dag mijn koffie met de hand. Hiervoor heb je nodig een thermoskan, een filter, koffie en koffiefilter.
Hoe zet men koffie met de hand? Welnu, water koken, laten doorkoken (tegen de kalk), thermoskan goed omspoelen met heet water (zodat de koffie langer heet blijft), filter erop, papieren filter, koffie erin en schenken maar. In de loop der jaren had ik echter 1 probleem, dat wel eens de kop op stak: de koffiefilter scheurde soms, zodat de koffie alsnog in de pot kwam. Ik begreep maar niet hoe dat kwam. Kocht hele dure koffiefilters, waar hetzelfde mee gebeurde. Stuurde een mailtje naar Melitta (die 100 jaar geleden haar dameskransje verblijdde met koffie-zonder-prut door het gebruik van een gevouwen filter van vloeipapier uit het schrift van haar zoon), maar ook die kon geen antwoord geven.
Toen las ik de gebruiksaanwijzing: je moest de filter vouwen aan de onderkant. Dit had echter niet het gewenste resultaat. Ik besloot daarop met dubbele filters te gaan werken. Maar dat was geen succes. Het water liep niet snel genoeg door. Ik ging bij anderen kijken hoe die het deden. Dat haalde niets uit.
Ik heb zelfs een keer mijn studenten een brainstorm laten doen bij de training creatief denken. Daar kwam ook geen oplossing.
Teneinde raad ging ik over tot het gebruik van een schuimspaan, die ik boven de koffiefilter hield. Het water werd hierdoor beter verdeeld over de koffie en verminderde de druk. Het werkte! Zielsgelukkig, maar toch ook een beetje met een tja-daar-sta-je-dan-met-de-schuimspaan-koffie-te-zetten gevoel.
Inmiddels tijdens dit hele proces was Bas groot geworden. Hij is ruim 11 jaar en kan als de beste koffie zetten (zie eerdere columns). Sterker nog, het ging mij opvallen dat bij Bas de filters nooit stuk gingen. En hij gebruikte geen schuimspaan. Op een dag durfde ik de belangrijke break-even-point (immers het kind weet nu meer of doet iets beter dan de opvoeder) vraag te stellen.
‘Bas, hoe zet jij koffie?’
‘Nou gewoon, Corina (het woord mama sneuvelde direct), ik doe de filter er in, doe er koffie bij en schenk water op.’
‘Wil je het eens voordoen?’
En toen zag ik het. Bas duwde de koffiefilter helemaal tegen de rand (hij vertoont altijd minder haast dan ik), koffie erin en schenken maar. Doordat hij de filter zo minutieus tegen de rand vouwde kwam er geen lucht bij. En doordat er geen lucht in de filter zat, was er geen tegendruk.
Stom van mij! Ik die altijd snel snel koffie wil zetten en nooit aandacht had besteed aan het goed uitvouwen van de koffiefilter. Jarenlang de prut getrotseerd en bijna overstag was gegaan. Ik, die bijna de Douwe Egbertswinkel in was gestapt om zo’n lullek kreng aan te schaffen. Zo’n apparaat, dat als een trofee mijn aanrecht zou ontsieren. Met een trotse moeder die zou denken, nee sterker nog, die enthousiast-ironisch zou uitroepen:
‘Kind, wat heb je een mooi koffiezetapparaat!’
Dank je wel, lieve Bas, je hebt me gered!

september 2011

Dubbelpatience
Het is zaterdagochtend, ergens half augustus en ik word wakker in het Italiaanse appartement door de stem van Bas. De muren van onze vakantiewoning zijn 4 meter hoog en roze geverfd. Ze ondersteunen een houten dak met een prachtige authentieke-lookalike-danwel-echt-authentiek-ik-heb-geen-idee houten balk. Achter de halfhoge muur in het midden van de kamer bevindt zich een keukenblok en een woonkamer. We zijn in Noord-Italië, ergens in een polder (het Po-gebied, zoals kenners dat aanduiden), in een agri-toerismo-boerderij-met-zwembad en het is op dit tijdstip, 9.00 uur, al bloedheet (in tegenstelling tot Nederland, waar het ook die week alleen maar regent regent regent.).
‘Mam, ik wil naar huis.’
Dat treft dan enorm, want we gaan die dag ook naar huis.
‘Dat treft, Bas, we gaan vandaag naar huis. Waarom wil je naar huis?’
‘Ik mis iedereen. En ik mis mijn bed.’
Ik kreun ter bevestiging. Het bed is keihard. Voor een waterbed-addict als ik is dit afzien.
Maar die dag gaan we nog even genieten van het zwembad. Nadat we alles hebben opgeruimd, onze tassen hebben ingepakt, kunnen we de hele ochtend nog bij het zwembad hangen. Meer kan je ook eigenlijk niet doen, als het 35 graden is.
De beperking werkt louterend en rustgevend. Veel meer dan in en uit de stoel dan wel het zwembad kunnen we niet doen. We wisselen dit af met een potje dubbel-patience, pesten of een goed boek (eindelijk dan toch De duizend schitterende zonnen en Bas zit in deel 4 van De grijze jager).
Het dubbelpatience blijkt een enorme hit te zijn en ik begrijp nu ook eindelijk hoe je kan winnen. Zelf speelde ik het heel vaak als kind met mijn vader of mijn moeder. Ieder heeft een pak kaarten die hij onderverdeelt in een stapeltje van 13 (het stapeltje-13-hoopje), een stapeltje van 4 kaarten en een grote reststapel. De eerste kaart van het stapeltje van 4 wordt omgedraaid en degene die de hoogste kaart heeft mag (lees moet) beginnen. Je legt de 4 kaarten uit in het middengebied tussen jou en je tegenstander. Daarna begin je met een van de 2 overgebleven stapeltjes door de kaarten een voor een om te draaien. Als je ze kan aanleggen (in een bepaalde volgorde) op tafel mag je doorgaan, anders mag de ander. Als je als eerste van al je kaarten af bent heb je gewonnen.
Je moet geluk hebben, maar ook goed opletten en geen kansen voorbij laten gaan. Je mag geen fouten maken, daar komt het op neer. En daar kwam ik, als volwassene, nu pas achter. We gingen dus de fouten tellen bij elkaar. En wat blijkt? Als het verschil in fouten te groot wordt, namelijk meer dan 2, dan wint degene die het minst fouten heeft gemaakt. Dus stel ik maak 5 fouten en Bas maar 2, dan is de kans dat hij wint 100%. Door deze conclusie en het feit dat de uitkomst meestal andersom is, duurt zo’n potje dubbelpatience een eeuwigheid. We moeten er toch zeker 3 kwartier voor uittrekken. En voordat Bas een kaart omdraait van zijn stapeltje heeft hij al 5 minuten staren achter de rug. Hij is zo bang dat hij een fout maakt dat hij bijna apathisch wordt. Uiteraard vraag ik me als moeder natuurlijk af of het allemaal pedagogisch verantwoord is, dat gedoe met fouten tellen, in plaats van het plezier van zo’n spelletje benadrukken. Daarnaast mag ik hem niet laten winnen en dat doe ik dan ook niet (kinderachtig, zie ook mijn column over monopoly, zelfde flauwigheid).
We zitten in de schaduw bij het zwembad. Onze haren zijn nat van de laatste duik en verderop poedelt een Italiaanse familie in het water, gelardeerd met een zware Italiaanse discussie over rode saus (zo fantaseer ik). En terwijl de hand van Bas naar zijn stapeltje kaarten reikt, kijkt hij mij nog snel even aan. Hij is extra apathisch, want hij heeft al 3 fouten gemaakt en ik nog maar 1. Hij ziet dat ik staar naar een bepaalde kaart. Die kaart kan namelijk op een andere kaart, zodat er een plek vrij komt. Maar Bas heeft dat niet gezien. Hij volgt mijn blik en ziet nog net op tijd de mogelijkheid.
‘Shit!’, roep ik.
Maar daar koop ik niets voor. Het brengt hem juichend naar de overwinning. Een mooie afsluiting van een lome vakantie.
 
Meer lezen?
De columns van Corina Borst van schooljaar 2010-2011 staan hier

De columns van Corina Borst van schooljaar 2009-2010 staan hier
De columns van Corina Borst van schooljaar 2008-2009 staan hier
De columns van Corina Borst van schooljaar 2007-2008 staan hier
De columns van Corina Borst van schooljaar 2006-2007 staan hier
De columns van Corina Borst van schooljaar 2005-2006 staan hier