Laatste nieuws: vacature leerkrachten!

Column door Corina Borst

schooljaar 2010-2011

Moeder van Bas (groep 7) en Jelle (middelbare school)
 

juli 2011

De Grijze Jager
Het is vrijdag en ik sta bij de Kinkerstraat te wachten, samen met andere ouders, op de bus die terug moet komen van schoolkamp. Altijd een gezellig moment, je praat eens wat, je kijkt eens wat in de verte en doet nog snel een winkel aan. Ik zie Eva, de moeder van Xander.
‘Xander krijgt nog steeds een kadootje voor zijn verjaardag, want dat andere kado had hij al. Wat zou hij graag willen hebben?’, vraag ik aan haar.
‘Nou, Xander is gek op de Grijze Jager. Hij is al in deel 5. Dus deel 6 zou heel leuk zijn.’
En omdat de bus nog even op zich laat wachten loop ik naar Hoogstins en pluk daar deel 6 uit de kast. De Grijze Jager. Van John Flanagan. Het beleg van Macindaw. Het ziet er angstaanjagend uit. Een vaag kasteel in het duister met een figuur op de muren die een pijl en boog draagt. Op de voorgrond een koker met pijlen erin. De achterflap vertelt dat Will zijn meissie Alyss moet redden, want die zit gevangen in dat kasteel. Hij krijgt hierbij hulp van zijn vrienden.
Daar komt de bus met blije, verhitte, kinderen. Bas geeft even later het kadootje. Xander blij.
Een week later is het Koninginnedag en zie ik Grijze Jager, deel 1, liggen bij het kleed van de ouders van Cas in het Vondelpark. Ik schaf het boek aan, voor een habbekrats van de nieuwwaarde en geef het later verheugd aan Bas. Hij kijkt ernaar, haalt zijn schouders op en speelt onverstoorbaar verder met zijn Lego. Maar toch, bij het naar bed gaan, sleept hij het boek mee en snuffelt eraan. En ja hoor, daar gaat het boek open en duikt hij erin.
Inmiddels heeft Bas de hele collectie op de boekenplank staan. Gekregen van Francoise, zijn grote vriendin uit Utrecht, die er graag iets voor over heeft als De Bas aan het lezen slaat. Ze babbelen door de telefoon over Will, Allys, Trek en Halt.
‘Francoise, is Halt dood,’ vraagt Bas.
Ik gris de telefoon uit zijn handen en luister naar het antwoord.
‘Nee!’gilt Bas, ‘ik wil het weten!’
‘Ah, nu weet ik het, Bas!’
‘Niet hoor, Bas!’ hoor ik door de telefoon Francoise roepen.
Bas trekt de telefoon uit mijn handen.
‘En?’ roept hij door de telefoon heen, opgewonden.
Ik hoor niet wat Francoise zegt, maar ongetwijfeld zal ze het nog net iets spannender maken.
‘Maar is het dan wel bekend voordat het boek uit is?’
Weer hoor ik niet wat er wordt gezegd. Wel is het zo dat Bas daarna met volle kracht en tot diep in de nacht wil lezen.
Enkele weken later moet hij de Entreetoets doen. Hij wordt geholpen door allerlei leerkrachten, die hem opgaves voorlezen, een en ander ondersteund door Marjory van het ABC.
Gisteren was de voorlopige uitslag. Wat blijkt? Bas heeft enorme vorderingen gemaakt. Als hij zijn best blijft doen kan hij naar de mavo/havo, zegt Ton.
Ik denk aan de Grijze Jager. Bas is inmiddels al in boek 2, hoofdstuk 8, de Brandende Brug.
‘Alleen dat rekenen…misschien moet je het boek maar meenemen naar huis. Voor in de vakantie.’
Ik zal Flanagan eens vragen een boek te schrijven met rekenkundige puzzels erin: De schat ligt verborgen in het donkere woud. Will vindt een schatkaart met daarop alleen enkele getallen. 12 /144\ ? leest hij. Wat zal dat betekenen?
 

mei 2011

Sebastiaan
Bas en ik doen een weekje Kreta, deze meivakantie. Hij wilde eigenlijk niet mee, maar na een beetje zeuren was ie dan toch om. We gaan naar mijn favoriete plek in het rustige zuiden, Lentas. Ik kom er al 15 jaar en word altijd warm onthaald. Meestal ga ik met mijn vriendin Francoise, maar dit keer had ik dus een kind aan mijn zijde.
Bas was al weken zenuwachtig, maar nu was het zover.
’s Morgensvroeg kwam de taxi, het was nacht en de Overtoom dampte nog na van Koninginnedag. Aan de kant van de weg lag allerlei bruikbare rotzooi, waar mijn blik snel even langs scande.
Op Schiphol waren wij niet de enigen op dit helse tijdstip van 5.00 uur. Lange, lange rijen voor de incheckbalie en daarna werden we als vee door de douane geloosd. Het idee om nog even relax te gaan shoppen en via de ogen van Bas naar dit alles te kijken, vervloog. We moesten rennen naar gate D57. Dat is een paar kilometer verder. 5 Minuten voor vertrek kwamen wij overspannen aan. Op vakantie gaan per vliegtuig is een stresstrekker.
Bas vond het eng, zo omhoog in zo’n kist. Ik kan hem geen ongelijk geven. Het druist tegen alles in. Maar wat koop je ervoor?
‘Bas, het heeft geen zin, dus geniet er maar van’
Dat had hij even daarvoor tegen mij gezegd toen ik uitgebreid gefouilleerd werd door een douanebeambte.
‘Geniet er maar van, mam!’, refererend aan de vorige keer dat ik met het vliegtuig ging en nog een klein kinderpistooltje op zak had, die door de scanner als zeer verdacht terroristisch wapen eruit werd gepiept. Ik moest bijna naakt met mijn handen in mijn nek door het poortje (piep, piep!) en de rij achter mij werd geadviseerd zich aan te sluiten bij een andere band. Een vrouw betastte mij langdurig zonder enig resultaat, terwijl Francoise 2 meter verderop riep: geniet er maar van! Dat was een goed advies. Daarna moest ik zelf mijn rugtas openritsen en vragen beantwoorden over Het Wapen, dat na een zure waarschuwing zonder pardon in de prullenbak verdween.
Bas geeft zich over bij het stijgen van het vliegtuig en geniet.
Alles is nieuw. Vanaf nu gaan we een week lang eten bestellen. Dat is op zich al een feest. Te beginnen bij de sandwich van de maand: bacon and eggs.
Bij de luchthaven in Heraklion wacht Michaelis, die ons in 2 uur naar Lentas rijdt.
Zijn ze hier nou arm of niet, is een van de vragen van Bas. Ik probeer daar een genuanceerd antwoord op te geven, maar vrees dat ik faal. Brabbel wat over de financiële crisis en dat Grieken geen kwaliteit kennen, maar wel weer hele vette auto’s bezitten.
En dan onze kamer (standaard geen kwaliteit: water is koud, gordijn ontbreekt, kast hangt uit zijn voegen, kortom mijn ideale vakantieplek), het uitpakken en de ronde langs de locals. Die kennen mij alleen zonder kinderen.
‘This is my youngest son Bas’
‘Bohs?’
No, Bas’
‘Bhos?’
‘No, Bas, from Sebastiaan’
‘Ah, Sebastiaan’
Het werd duidelijk dat Bas toch niet zo’n gemakkelijke naam was voor de Kretenzers en het deed mij denken aan hoe ze de naam Francoise ontvingen bij ontmoeting:
‘Hello, welcome, what is your name?’
‘My name is Corina.’
‘Ah, Corina, nè! And yours?’ Een verwachtingsvolle blik naar
‘Francoise’
‘Frunshhheeee?’
‘Francoise, like Francois Mitterand’ (dat kon toen nog, is inmiddels in de vergetelheid)
‘Frunshisssse’
‘And my second name is Maria’
En dan die stralende blik van herkenning.
‘Maria! Nè, of course!’
Sindsdien heet Francoise wel eens Maria op Kreta. En nu is het de beurt aan Bas. En Bas neemt geen halve maatregelen. Toen we weer in Amsterdam arriveerden zei hij:
‘Mam, vanaf de middelbare school wil ik Sebastiaan heten’
‘Want?’
‘Gewoon, dat vind ik mooier. Ik vind Bas, ik weet niet, zo kort, het zegt niets’
‘Ok, zal ik je dan nu alvast maar Sebastiaan gaan noemen?’
Dat leek Bas, pardon Sebastiaan, wel een goed plan.

maart 2011

Tempo
Het tempo van Bas is een bijzonder fenomeen. Bas is meestal een seconde later met alles dan dat je kan berekenen of inschatten. Het is een soort proeve van bekwaamheid om dan die ene seconde te overbruggen zonder te ontploffen of het op te geven. Het-wordt-nooit-wat-met-die-Bas-gedachtes. Nee, want dan blijkt plots dat Bas de vaardigheid onder de knie heeft. Opeens leest hij de moeilijkste woorden vloeiend, wast hij zijn handen na toiletbezoek, speelt je onder tafel met Set, heeft óók zijn beugel mee in zijn tas naar school, en ja, mam, mijn gymspullen zitten er al in en dat dan in het Engels.
We zijn nu bezig met de training hoe-vertel-ik-een-verhaal-soepel-spannend-en-niet-te-lang. Ik heb geen inschatting kunnen maken wanneer en óf deze competentie in de pocket komt.
En zo is het eigenlijk ook gegaan met het lezen. Lezen is geen optie voor Bas. Net zoals ik draal om mijn belastingformulier in te vullen, zo draalt Bas rond de activiteit lezen. En nu heeft ie op zijn donder gekregen van ABC. Bas moet lezen. Zucht.
Hoogstins dan maar. Wellicht biedt dat soelaas.
‘Mag ik een boek uitzoeken, mam?’
‘Ja schat, zoek jij maar een boek uit.’
Terwijl mijn boekenkast vol staat met prachtschrijvers die de spannendste verhalen hebben geschreven, maar niet worden gelezen door Bas. Want die boeken zijn immers stom. Hoe dat dan werkt in het kinderbrein en waarom die boeken van Terlouw, Schmidt, Dahl en Rowling stom zijn is mij een raadsel, temeer daar ik ze allemaal ooit heb voorgelezen.
‘Kijk Bas, hier, voor 8 jaar en ouder. Misschien moet je er even bij zitten.’
Bas twijfelt. In de kinderboekenhoek zit al een kind op een kruk, pakweg een jaar of 7. Er zijn grenzen, dit kan niet. Bas kan niet in de buurt van zo’n jong kind, bij die plank, een boek uitzoeken. Hij is tenslotte al 11!
We kijken iets verder, vanaf 12 jaar, maar dat is echt nog veel te moeilijk. Bovendien staan de meeste in mijn eigen kast. Ik verlos mezelf van de zoektocht, laat Bas staan en verdwaal in de winkel. Werkelijk alles is bij Hoogstins begerenswaardig. Van pennen tot tassen tot peperdure portemonnees van bewezen merken. Natuurlijk de gehele collectie paperblanks, die zo akelig duur zijn dat je er maar 1 van koopt in je leven en goedkope hebbedingetjes waar Hoogstins ook een soort octrooi op lijkt te hebben, zoals op-zijn-kop-schrijf-pennen, grote keukenklokken voor een euri en verfijnde leeslampjes.
Uiteraard kan je na de snuffelronde ook nog gewoon ergens in een interessant boek belanden (laatste aanschaf voor bij het bed: 15 inspirerende lessen in leiderschap van Mandela, geschreven door Richard Stengel).
‘Mam?’

‘MAM?’
Hè, wat? Ik schrik op uit een scene over de besnijdenis van Mandela, waarin hij net iets te laat roept dat hij nu een man is. Dat hij te laat roept zit hem de rest van zijn leven dwars.
‘Ik wil dit boek’
Ik kijk naar ‘Het leven van een loser’ van Jeff Kinney, het verhaal van een onvergetelijke anti-held. Het staat vol met tekeningetjes en andere geintjes.
Thuis spreken we af dat hij elke dag in het boek leest, 10 bladzijdes. Het boek heeft 220 bladzijdes. Hij begint onmiddellijk te lezen en na 3 dagen komt ie naar mij toe. Hij laat het boek zien en zegt:
‘Uit.’

31 januari 2011

In memoriam
‘Bas, Jelle, kom snel, Frank is op tv!’
Bas en Jelle komen aanrennen en ploffen op de bank. We zien op tv onmiskenbaar Frank, met snor, en zijn partner Peter. Ze trouwen op het stadhuis. En ze zijn het eerste getrouwde stel van de hele wereld dat van hetzelfde geslacht is. Frank en Peter dragen alle twee een wit overhemd. Frank draagt daarover een zwart gilet en een rechte zwarte das. Zijn aanstaande een vlinderdasje en bretels. Het geheel wordt gecompleteerd met een zwarte broek, die van Peter is van leer, zo te zien. Hij draagt daarbij een flinke riem met dubbele gaatjes.
‘Wij zijn hier vereend om u - bruidsparen - in de echt te verbinden. U schrijft daarmee
geschiedenis. Het is immers de eerste keer dat een volwaardig burgerlijk huwelijk
gesloten wordt tussen twee vrouwen en tussen twee mannen. Dat is bijzonder in de
wereld.’ Het zijn de woorden van Job Cohen, onze bovenste, beste, eigen burgervader. We spreken van 1 april 2001. En nee, geen grap.
‘Gadver,’ roept Bas, zich niet beseffend hoe bijzonder de gebeurtenis is, ‘Frank heeft een snor!’
‘Huh?!’, is de reactie van Jelle, ‘maar dan is Frank de eerste homo die ging trouwen!’
‘Ja, dat is wel heel bijzonder. En dat loopt zomaar bij ons op school rond. De man is wereldberoemd! Maar wacht eens, ik heb net gelezen in een boek over het 1e homohuwelijk… ‘
Het A’damboek ligt naast mijn bed. Elke dag blader ik erin. Het geeft een goed beeld van Amsterdam door de eeuwen heen. En inderdaad, op blz. 83 vinden wij een blij kijkend echtpaar die hun getatoeeëerde ringen laat zien. Bas sleept het boek mee naar school, de volgende dag. Hij is heel trots dat Frank erin staat.
Frank heeft Jelle geholpen met zijn dyslexie. Hij maakte een behandelplan, samen met het ABC, en ging op zoek naar een goede methode. Samen met Jelle op pad, op zijn vrije zaterdag, om een nieuw programma (Sprint) uit te proberen op een bijeenkomst. Lief van Frank. Hij verdiept zich en wil graag helpen. Het moet lukken Jelle aan het lezen te krijgen.
En zo buigt hij zich een jaar later over de dyslect Bas. Hij mailt naar Bas:

Hoi Bas,

Ik heb vandaag een site voor je gemaakt. Ik ga nog een opneem apparaatje kopen. Dat heet een dictofoon (dik-to-foon) . Dan kun je bijvoorbeeld een spreekbeurt opnemen. Ik zet die dan op jouw site. Thuis kun je die weer afluisteren en stop zetten. Dan kun je gemakkelijk iets typen of opschrijven. Hoef je niet te haasten. Kun je goed blijven nadenken, handig hé?

Ik heb de site "Bashulpje" genoemd.

groet van
Frank

Ik proef even aan het woord Bashulpje. Dat klinkt lekker. Kort daarop krijgt Bas een tweede mailtje van Frank:

Bas, ik heb een foutje geschreven in mijn vorige mail. Het is niet dictofoon, maar dictafoon.
Met een a dus, niet met een o.

Sorry.

groet,
Frank

Dat betekent dus dat Frank zijn eigen schrijven nog eens leest. Staat alles er wel in? Ben ik niets vergeten? Wat lees ik nu? Is het wel dictofoon? Even checken. Nee! Het is dictafoon. Ojee, en dat voor een leerkracht. Even rechtzetten.

Hierop kon Bas maar één antwoord terugmailen:

baste Frenk,

Geeft niet, hoor, dat kan de baste overkomen, Frenk!

Groet,

Bes

En nu is Frank plots overleden. De school is verdrietig en huilt. Leerkrachten en ouders omhelzen elkaar. Kinderen huilen en zijn aangeslagen. Maandagochtend. Alle kinderen zitten stil op hun stoel. In het kamertje van Frank hangen zwarte doeken afgewisseld met mooie grote foto’s van Frank. Frank verkleed als drag queen. Als zeekapitein. En als leerkracht.
Dag lieve Frank, dank je wel voor je tomeloze inzet, je zorg en je vrije ideëen.
 

januari 2011

Dat is de kunst van je bek houwe
‘Mythologie is de kunst van je bek houwe…’, mompelt Bas.
‘Nee mam, ik moet biologie doen’, zegt Jelle.
‘Biologie is de kunst van je bek houwe…’
‘Oh, en Engels dan, Jelle?’
‘Engels is de kunst van je bek houwe…’
‘Ja, dat moet ik ook nog doen’
Het is zondagmiddag en Jelle bereidt zich voor op 2 toetsen die hij moet maken de volgende dag. We zijn voor het eerst ingelogd op de site www.wrts.nl en hebben meteen alle woordjes ingevoerd. Een leuke site waar je eindeloos je talen op verschillende manieren kan oefenen.
Dat van dat ‘bek houwe’ komt uit de mond van die andere zoon van mij. Bas. 10 Jaar. Wat een taal komt er uit. Tuurlijk, het komt van Def P, Gotcha en Moordgasten. Een alleraardigst nummer, dat al een tijdje bestaat. Waarom dat nu opeens boven komt drijven bij Bas is me een raadsel. Van zijn vader, zegt Jelle. Die zong het vanmiddag. Het is een beetje ala New Kids. New Kids is de grofste sketchshow op TV met een zachte ‘g’. De serie laat het leven zien van 5 kansloze gasten uit het Brabantse dorpje Maaskantje. Aldus de website van New Kids.
New Kids veroorzaakt heftige discussies en ethische vragen in mijn vriendenkring. Of je je kinderen al moet blootstellen aan al die grofheden en al dat geweld. Of de kinderen niet veel te jong zijn. Of de kinderen dat niet gaan overnemen.
Een lastig thema, temeer daar ik zelf ook niet brandschoon door het leven ga. Het woord kut is zeker niet vreemd uit mijn mond. Onlangs waren we met z’n drieën aan het monopoly-en. De vloeken vlogen over tafel.
‘Hé,’ riep ik op een gegeven moment, ‘zijn we gvd aan het vloek-monopoly-en of gewoon monopoly-en?’
Jelle en Bas moesten meteen heel hard lachen om dat gvd, dat ik met alle respect voor de lezer, hier maar afkort.
‘We zijn aan het gvd-monopoly-en!’ riepen ze in koor.
‘Nou vooruit dan, 5 minuten!’
Gejuich.
Biologie dus. En Engels.
‘Wat moet je leren voor biologie, Jelle?’
‘Alle botten’
‘Biologie is de kunst van je bek houwe…’
‘Noem ze eens op’
‘Schedel, sleutelbeen, opperarm, ellepijp, eh…spaakbeen, ribbenkast, ruggewervel, bekken, scheenbeen en eh…tja… eh…oh ja…kuitbeen.’
‘Moet je nog meer leren?’
En terwijl ik Jelle overhoor over de stof en we ons afvragen waarom spaakbeen nou spaakbeen heet en hoe je dat kan onthouden (spaken op je fiets, tussen je benen) hoor ik Bas weer in zichzelf mompelen:
‘Mythologie is de kunst van je bek houwe’
Ik kijk naar hem en schud vaag mijn hoofd. Opvoeden is de kunst van je bek houwe.

november 2010

Jarige Job
Langzaam word ik wakker uit een rustige slaap. Een waterig zonnetje dringt door de gele gordijnen mijn slaapkamer binnen. Ik ben jarig. Ik hoor geroezemoes op de gang en in de keuken.
‘Nee, Bas, dat doe ík,’ fluistert Jelle.
‘Ja maar, Jelle, ik ben aan de beurt!’
‘Nee, ik doe dit, ik ben er al mee begonnen. Ga jij dan….’
‘Ja maar ik wil…’
De rest hoor ik niet. Maar de beurt gaat over het uitruimen van de vaatwasser. Wie de vaatwasser mág uitruimen. En terwijl ik me nog een keer omdraai, vraag ik me enigszins vertwijfeld af hoe ik toch aan dit soort kinderen kom. Dan gaat de deur open. Bas loopt zachtjes om het bed heen en zet voorzichtig een groot glas versgeperste jus d’orange op het nachtkastje, gevolgd door heerlijke geurende koffie.
‘Mam, gefeliciteerd met je verjaardag.’
Bas ploft naast me op bed en geeft me een zoen.
Jelle komt binnen met een roze kom met daarin in partjes gesneden kiwi. Mijn favoriete ontbijt. Hij feliciteert me. We keuvelen samen wat op bed en dan laten ze me weer alleen. Blijkbaar is er nog meer werk aan de winkel. Uit de keuken hoor ik nog meer geluiden. Geluiden van tafeldekken en broodjes smeren.
Ik sta op en loop naar de badkamer. Met z’n tweeën staan ze voor de ingang van de keuken, zodat ik niet naar binnen kan kijken. Ik doe alsof ik het niet zie. Een hele grote doos, winkelkeurig ingepakt met kadopapier. Ik was me, kleed me aan en voeg me bij hen in de keuken. Er liggen kadootjes op tafel.
‘Goh, wat veel kadootjes, zijn die allemaal voor mij?’
‘Ja, die zijn van ons en van papa en Eline.’
Ik pak het kleinste kado (valse bescheidenheid) en haal het kadopapier eraf.
‘Dat is mijn kadootje,’ zegt Bas.
6 Opgerolde zakdoeken in een doosje. Ik bedank Bas hartelijk en bedenk dat ik wellicht zo’n zakdoek kan gebruiken om mijn tijdelijke bril mee schoon te poetsen. Het snuiten zal ik gewoon in papier blijven doen. Die opgerolde vieze votten die mijn broekzak doen bollen behoren definitief tot het verleden. We hebben het even over katoenen zakdoeken en Bas komt erachter dat onze goede vriend Oege ze nog gebruikt. Ter plekke besluit Bas dat de zakdoeken dan maar naar Oege moeten. Dat vind ik een goed idee.
Het tweede kadootje is van Jelle en is een boekje van Fokke en Sukke, jaar 2004. Al bladerend geeft het een goed beeld van 2004 (is het al zolang geleden? Theo van Gogh, Arafat dood, Bush herkozen en Johan Cruyff grootste Nederlander aller tijden.).
En dan het grote kado. Er blijkt een tosti-ijzer in te zitten. Dat had ik niet verwacht. De oude was inderdaad stuk. Het is een prachtig ding en Jelle legt uit hoe het werkt.
‘Zullen we tosti’s maken?’ oppert Bas.
Dat lijkt ons geen goed idee, gezien de tijd.
‘Ja maar, dan kan je meteen zien of ie werkt’
‘Nee Bas, daar moeten we maar even mee wachten’
Na het ontbijt vertrekt ieder van ons naar zijn eigen school.
Als ik aan het eind van de middag thuis kom is er nog een verrassing. Jelle haalt 2 prachtige bossen bloemen uit zijn slaapkamer te voorschijn. Mijn favoriete kleur geel.
En ook Bas heeft nog een kadootje van school mee: een sierflesje.
Dit moet natuurlijk gevierd worden. Ik neem ze mee naar de Ethiopiër. Want wat is er nou lekkerder dan met je handen eten?

oktober 2010

Bloemetje
Het is dinsdagmiddag en de bel gaat. Het is Bas, die kan inmiddels alleen naar huis lopen.
‘Hoi mam.’
‘Dag schat, kom lekker naar boven!’, roep ik bovenaan de trap.
Langzaam loopt hij omhoog. Hij heeft een hand op zijn rug en ik hoor gekraak van plastic. Hij heeft iets, dat is duidelijk.
‘Alsjeblieft,’ zegt hij als hij boven is aangekomen. En hij haalt vanachter zijn rug een bosje rozen te voorschijn.
‘Voor jou!’
De rozen zitten in plastic en daaraan hangt een enorm okergeel lint, mijn lievelingskleur. Bella Flora staat er op de sticker, van de mooie bloemenzaak op de J.P. Heijstraat.
‘Bas!’, roep ik uit, ‘wat lief! Dank je wel!’
Ik neem de bos aan, omarm hem en geef hem een dikke kus.
‘Heel lief van je,’ zeg ik nog eens. Wat een lieverd, die Bas. Typisch Bas ook. Een onverwachte kant van hem. Opeens uit het niets kan Bas met iets liefs of iets moois komen. Laatst kreeg ik een ontbijtje op bed. Uitgeperste sinaasappels, stukjes kiwi, kop koffie. Of het stellen van een goeie vraag. Hoe was je dag, mam? Mam, heb je nog een spannend verhaal? En nu dus een bos bloemen.
Samen gaan we een vaas uitzoeken en zetten we de bloemen in het water.
‘Waar heb ik dat aan te danken?’ Ik kan het niet laten en de burgerlijke vraag is er uit voordat ik er erg in heb.
‘Zomaar, omdat ik je lief vind.’
‘Is er iets dat je me moet vertellen?’
‘Hè? Nee, hoor, niets.’
‘Heb je ruzie gemaakt op school?’
‘Nee.’
‘Iemand gepest?’
‘Nee.’
‘Ben je gepest?’
‘Nee.”
‘Hoe kom je dan aan het geld voor de bloemen?
‘Ik had nog 1,50 en nou ja, de bloemen waren misschien iets meer, maar dat kreeg ik van die meneer.’
‘Heel lief van je, Bas. En dat geld had je gewoon bij je?’
‘Ja.’
‘Maar je mag toch geen geld meenemen naar school?’
‘Ja, dat weet ik, maar het zat nog in mijn broekzak.’
‘Dus dat heb je niet gejat?’
‘Nee, mam, écht niet.’
‘Goed je best gedaan in de klas?’
‘Ja, ik heb mijn rekenen af.’
‘Dus Ton was tevreden?’
‘Ja.’
Ik schaam me voor de uitgebreide scan en spreek mezelf toe. Er is niets aan de hand. Je hebt een lief kind die voor jou een bos bloemen meeneemt van zijn laatste zakgeld.
Ik geef hem nog een zoen en zeg:
‘Dank je wel, lieve Bas, sorry voor die stomme vragen. Ik vind de rozen heel mooi en ik hou heel veel van je!’
‘Ik hou ook van jou. Wat gaan we eten?’

augustus 2010

Vakantie
hoi ma,
heb al een hut jammer dat nederl-
and verloren heeft we gaan Bijna
een spurtocht doen
groetjes en 1000 00 00000000000000000000
kusjes ;-)

(ps ik heB een hut oo….. dat
wist je al) (eerste ps)

(ps oo ja ik mis je ;-( ;-( ;-( ;-( )
(2de ps)
 
 
Meer lezen?
De columns van Corina Borst van schooljaar 2009-2010 staan hier
De columns van Corina Borst van schooljaar 2008-2009 staan hier
De columns van Corina Borst van schooljaar 2007-2008 staan hier
De columns van Corina Borst van schooljaar 2006-2007 staan hier

De columns van Corina Borst van schooljaar 2005-2006 staan hier